Kleding van de Keizer

Nederlanders in het leger van Napoleon, het uniform in 1813.

De afbeelding toont twee sappeurs, één met het kampuniform en één met zijn veldtenue. De afbeelding verbeeld eigenlijk het uniformmodel van 1820, maar er zijn vrijwel geen verschillen met het uniform in 1813. Als deze uniformen naast de Franse uniformen worden gelegd, valt het op dat zowel de kleuren als het model wel erg op elkaar lijken. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 00123140)

Napoleons Grande Armée bestond niet alleen uit Fransen. Bij de Ruslandcampagne van 1812 waren ook Nederlandse militairen aanwezig die vochten onder Franse vlag. Officieel kende het Franse leger negen Nederlandse regimenten: het 123e, 124e, 125e en 126e linie-infanterie, het 33e regiment lichte infanterie, het 3e regiment gardegrenadiers, het 2e regiment lichte garde lansiers (rode lansiers), het 11e regiment huzaren en het 14e regiment kurassiers.[1] Toen het Koninkrijk der Nederlanden eind 1813 onafhankelijk werd kreeg het weer een eigen leger. Dit roept de vraag op of er uniformen werden gebruikt uit de Franse tijd? Te verwachten is immers dat de magazijnen in de Nederlanden nog vol lagen met Franse uniformen en stoffen. De nederlaag van Napoleon in de slag van Leipzig was immers niet voorzien. Vreemd genoeg kan slechts een Nederlands regiment worden teruggevonden dat bij deze slag aanwezig was, te weten het 2e regiment lichte lansiers.[2] De vraag is dus: waren er nog wel Nederlandse troepen over in het Franse leger aan het einde van de Franse tijd? Het antwoord op deze vraag zou kunnen zijn: ’l’histoire de l’infanterie batave sous l’uniforme francais était dédormais close’[3]. Kortom de Franse uniformen werden niet meer gedragen door Nederlandse soldaten.

Wat is er dan gebeurd met de andere acht Nederlandse regimenten? Zowel de infanterieregiment 123e tot 126e als het 33e regiment lichte infanterie en het 3e regiment gardegrenadiers hebben de Ruslandcampagne niet doorstaan. De barre terugtocht uit Rusland staat bekend vanwege het grote aantal soldaten dat omkwam als gevolg van de vrieskou en Russische aanvallen, vooral tijdens de overtocht over de rivier de Berezina.[4] Uit bronnen blijkt dat al deze regimenten geüniformeerd waren volgens het Franse model, niet volgens het model van het Koninkrijk Holland.[5] Dat zou erop wijzen dat het Franse uniform het Hollandse (Bataafse) uniform uit de kledingmagazijnen had verdreven. Aan het begin van het koninkrijk der Nederlanden, eind 1813, zouden er dus nog Franse uniformen in de magazijnen gelegen moeten hebben. De uniformreglementen van 1813-1814 stellen echter het tegenovergestelde. Uniformen behoorden volgens Engels model te zijn. Het lijkt er dus op dat het Franse model niet meer werd gebruikt.[6] Daarnaast kwamen de stoffen die nodig waren voor de uniformen ook uit Engeland.[7] Het behouden van het Franse uniform zou niet alleen onlogisch zijn geweest, maar ook verwarrend op het slagveld; de Nederlanders zouden niet meer te onderscheiden zijn geweest van de Fransen.

De terugtocht over de Berezina, een beroemd werk van Jan Hoynk van Papendrecht. Op dit schilderij is te zien hoe Franse soldaten tertrekken over de Berezina rivier. De pontonbruggen zijn gebouwd door Hollandse pontonniers en de oevers werden bewaakt door een groot deel Hollandse soldaten die in het Franse123e en 124e regiment van linie zaten. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 050847)

De terugtocht over de Berezina, een beroemd werk van Jan Hoynk van Papendrecht. Op dit schilderij is te zien hoe Franse soldaten terugtrekken over de Berezina rivier. De pontonbruggen zijn gebouwd door Hollandse pontonniers en de oevers werden bewaakt door een groot deel Hollandse soldaten die in het Franse123e en 124e regiment van linie zaten. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 050847)

Er waren relatief weinig Nederlandse veteranen die in het Franse leger gevochten hadden aangezien het grootste deel van hen immers was gesneuveld in de Ruslandcampagne. Het nieuwe Nederlandse leger werd daardoor opnieuw, met nieuwe rekruten, opgericht met een eigen uniformreglement.[8] Bij de oprichting van het nieuwe Nederlandse leger werd elk legeronderdeel geüniformeerd conform  reglement en op kosten van de staat.[9] Het grootste deel van de uniformen moest nog gemaakt worden. Toch kwam het voor dat soldaten met verouderde uniformen rondliepen. Ondanks dat er controle was op de uniformering, zal deze niet altijd goed geweest zijn. De Nederlandse soldaat Joan Derk Ninaber was een luitenant in het 3e regiment gardegrenadiers. Hij is, net als velen van zijn kameraden, gesneuveld in Rusland. Zijn nabestaanden ontvingen een pakketje waar enige spullen van hem in zaten. Tussen deze spullen zaten knopen die werden gedragen tijdens het Koninkrijk Holland en een nekkraag die bij de Nederlandse Koninklijke Garde hoorde, gebruikt vóór 1810. Het vermoeden bestaat dat luitenant Ninaber in een Hollands uniform naar Rusland trok, in plaats van in een Frans uniform.[10]

De kleuren van het Nederlandse uniform kunnen afgeleid zijn van de Franse uniformen, doordat er nog stoffen over waren. De kleur blauw werd echter ook al gebruikt voor de bataafse uniformen, zoals hier te zien. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 050803-a)

De kleuren van het Nederlandse uniform kunnen afgeleid zijn van de Franse uniformen, doordat er nog stoffen over waren. De kleur blauw werd echter ook al gebruikt voor de Bataafse uniformen, zoals hier te zien. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 050803-a)

Ondanks het feit dat de Nederlandse uniformen anno 1813 conform Engels model werden uitgevoerd, kende het veel overeenkomsten met het Franse uniform. Zo zijn zowel de Franse als de Nederlandse uniformen blauw en de vesten en linnen broeken wit. Dit kan echter ook een verwijzing zijn naar de uniformen van de Bataafse republiek, die ook blauw waren. De keuze voor de kleur blauw kan er echter ook op wijzen dat oude, Franse voorraden werden hergebruikt. In een memoriaal,[11] een overzichtsboek van voorraden die officieren behoorden bij te houden, is te zien welke producten er uit de voorraad nodig waren. Van ‘blauw laken’ kon zowel een Frans als een Nederlands uniform gemaakt worden. Daarnaast zullen de hemden, sokken, ondergoed en dergelijke voor het Franse en Nederlandse leger niet veel verschild hebben.[12] De uniformkundige dr. F.G. de Wilde noemt een anekdote die zich voordeed na de slag bij Waterloo, waarbij Pruisische militairen contact maakten met Hollandse soldaten. De Pruisen dachten dat de Hollanders Fransen waren aangezien deze grijze overjassen droegen, net als de Fransen . Pas na het tonen van een oranje sjerp waren de Pruisen overtuigd van hun Nederlandse afkomst.[13]

Het is aannemelijk dat het Nederlandse leger nog gebruik maakte van Franse voorraden die zijn achtergebleven in de Nederlandse magazijnen. Het is bekend dat in 1818 gebruik werd gemaakt van groen laken om de befaamde ‘groene lansiers’ mee aan te kleden, dit terwijl de reglementen blauw voorschreven. Het betrof hier een besparing door de groene stoffen alsnog gebruiken, die anders in de magazijnen bleven liggen.[14] Voor de Franse voorraden kon hetzelfde gelden. Het blijft moeilijk te bepalen hoe groot deze voorraden geweest zijn. Het is goed mogelijk dat de kwaliteit te slecht was of dat na de Nederlandse onafhankelijkheid de magazijnen geplunderd werden. Een nota bijgevoegd in het uniformreglement stelt dat: ’bij gebrek aan grijs laken of karsaai zal voor de eerste kleeding de manteljas, stalbuis en rijbroek van dit korps (huzaren), van donker of lichtblauwe stof mogen worden vervaardigd’.[15] Vele voorraden en uniformen werden uit Engeland verscheept, waaronder grijs karsaai[16]. Er waren blijkbaar te weinig voorraden grijs laken of karsaai, maar wel genoeg donker of lichtblauwe stof. Waren dit de overgebleven blauwe Franse stoffen?

Heeft u zelf informatie of afbeeldingen in bezit over dit onderwerp, dan kunt u dat hieronder of op de facebookpagina delen. U kunt ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het legermuseum Delft (015-2150561) of via het CIC.


[1] Ronald Pawly – Patrice Courcelle, Mémoires et uniformes de Lambert de Stuers & historique du 3e régiment de grenadiers à pied de la garde impériale (Brussel 2004) blz. 95. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00165691)

[2] Digby Smith, the Napoleonic wars data book (Londen 1998) blz. 461. (legermuseumDelft exemplaarnummer: 00118575)

[3] Piere Juhel,’les nouveaux régiments d’infanterie provenant de l’ex-armee Hollandaise (123e à 126e de ligne; 33e légère) in Soldats Napoleoniens, les troupes Francaises, alliées et coalisées n. 9 maart 2006. (Lathuile 2006) blz 56. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00271181)

[4] ‘Ibidem’ blz. 50-56.

[5] F. H. A. Sabron, geschiedenis van het 33e regiment lichte infanterie (het oud- Hollandse 3e regiment jagers)(Breda 1910) blz 14. (Legermuseum Delft exemplaarnummer:00080628): Lichte infanterie was strak geüniformeerd, zo zwaar dat het onpraktisch was. Henri charles-Lavauzelle, historique du 123e régiment d’infanterie (Parijs 1898) blz 31. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00090447): de auteur beweert dat fuseliers nog steken droegen, dit is hoogst onwaarschijnlijk gezien de afbeeldingen en reglementen..

[6] Recueil militair 1813/1814 (Amsterdam 1815) blz.153, Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00053181.

[7] Dr. F. G. de Wilde, F. J. H. Th. Smits,’hoe zagen de Nederlandse troepen er bij Waterloo uit?’ in Armamentaria n. 25 (Delft 1990) blz 49. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00001719)

[8] A. Kok, ‘enkele aantekeningen over de Nederlandse infanterie sinds Napoleon’ in Armamentaria n. 31 (Delft 1996) blz 56-57. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00012080)

[9] Recueil militair 1813/1814 (Amsterdam 1815) blz. 241.

[10] Mark van Hattem, Mariska Pool en Mathieu Willemsen, voor Napoleon hollanders in oorlogstijd 1792-1815 (Bussum 2005) blz 76. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00182070).

[11] Het R.M. geeft een voorbeeld van hoe een memoriaal eruit hoorde te zien. Deze is te raadplegen bij het legermuseum, kijk bij de volgende noot.

[12] Recueil militair 1813/1814 (Amsterdam 1815) blz. 29 van instructiën (achterin).

[13] Dr. F. G. de Wilde, ‘officiersdistinctieven in het Nederlandse leger na 1814, de sjerp’ in Armamentaria n. 21 (Delft 1986) blz 29. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00001715)

[14] Louis Ph. Sloos, ’geducht wapen of showy horsemen?’ in  Armamentaria n. 44 (Delft 2010) blz 91. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00269251).

[15] Recueil militair 1813/1814 (Amsterdam 1815) blz.153,

[16] G. J. W. Koolemans Beijnen, ’de militaire geschiedenis van de omwenteling’ in gedenkboek 1813 (Haarlem 1912) blz 231. (Legermuseum Delft exemplaarnummer: 002


Reacties

5 gedachtes over “Nederlanders in het leger van Napoleon, het uniform in 1813.

  1. het 33e regiment lichte infanterie is bij Krasny op 17/18 november in de pan gehakt volgens Sabron. De informatie klopt niet.

    Geplaatst door tacotichelaar | oktober 3, 2016, 9:33 am
  2. Mijn betovergrootvader was in 1832 dienstplichtig voor de duur van 5 jaren. Hij was ingedeeld bij de 12e afdeling infanterie.
    Kunt u mij vertellen, of heeft u afbeeldingen van hoe het uniform eruit zag?
    Met vriendelijke groet,
    Anita Vink-Berends

    Geplaatst door Anita Vink | januari 10, 2017, 3:27 pm

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: Uitvoering der reglementen: kleine hervormingen van uniformen der artillerie. « legermuseum - maart 9, 2012

  2. Pingback: Praktijkervaring met Napoleontische uniformen: onderscheidingstekens. « legermuseum - maart 9, 2012

  3. Pingback: Nederlanders in het leger van Napoleon naar Rusland « legermuseum - maart 10, 2012

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

link naar legermuseum