Kleding van de Keizer

Praktijkervaring met Napoleontische uniformen: de bajonet.

Musket model 1777 an IX met bajonet (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer: 018747)

Musket model 1777 an IX met bajonet (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer: 018747)

*Dit artikel is geschreven aan de hand van eigen ervaringen met behulp van aanvullende literatuur*

Napoleontische soldaten zijn meestal afgebeeld met een musket waarop een bajonet is aangebracht. Deze ‘geïmproviseerde speer’ ziet er gevaarlijk uit, maar het is de vraag of met dit wapen in de praktijk veel slachtoffers zijn gemaakt. Er zijn weinig gegevens gevonden over soldaten die daadwerkelijk met behulp van een bajonet slachtoffers hebben gemaakt, en als de bajonet werd toegepast, dan was het aantal slachtoffers gering.[1] De bajonet werd echter niet uitsluitend gebruikt tijdens de strijd. Zo was het gebruikelijk dat soldaten na de slag gingen ‘lijken prikken’, opzoek naar waardevolle spullen. De soldaat die gewond op het veld achterbleef was kwetsbaar en kon door de vijand neergestoken worden. Als de bajonet al in de strijd werd gebruikt, dan gebeurde dat tijdens schermutselingen of bij het verdedigingen van strategische plekken, niet tijdens een grote veldslag.[2] Waarom zijn deze bajonetten dan wel op afbeeldingen weergegeven?

Bajonet model 1777 (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer: 006413)

Bajonet model 1777 (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer: 006413)

Dat er weinig bewijs is van slachtoffers als gevolg van verwondingen door bajonetten wil niet zeggen dat de bajonet niet op het wapen werd aangebracht. In zijn boek Tactics and the experience of battle in te age of Napoleon legt Rory Muir uit dat de bajonet niet erg praktisch was in het gebruik en eigenlijk bedoeld was om mee af te schrikken. Napoleontische veldslagen waren een kwestie van geduld en werkten erg op de zenuwen.[3] Bajonetcharges werden uitgevoerd om de vijand schrik aan te jagen zodat deze op de vlucht zou slaan. In de praktijk is een dergelijke charge echter uiterst onpraktisch. Om werkelijk contact te maken met de vijand moesten de soldaten deze namelijk zo dicht mogelijk naderen zodat zelfs de onnauwkeurige musketten hun doel niet konden missen. Kortom tijdens zo’n bajonetcharge waren de soldaten veel kwetsbaarder voor vijandelijk vuur. Bovendien beschikte de vijand in de meeste gevallen ook over bajonetten. Door te chargeren zouden de eigen soldaten op de bajonetten van de vijand gespiesd worden. Tot slot moest, rekening houdend met snelle salvo’s achter elkaar, de pas versneld worden, waardoor de kans toenam dat de linie uiteen viel. In de praktijk had de bajonetcharge al met al dus vrijwel geen voordelen.

Franse chasseur (jager). Heeft op de afbeelding geen bajonet op zijn musket. De grenadier die naast hem staat steekt met zijn bajonet in de boom. (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00112085_114)

Franse chasseur (jager). Heeft op de afbeelding geen bajonet op zijn musket. De grenadier die naast hem staat steekt met zijn bajonet in de boom. (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00112085_114)

Daadwerkelijk contact met de vijand zal echter vrijwel nooit zijn voorgekomen; in de meeste gevallen zal de vijand al teruggetrokken of gevlucht zijn geweest voordat de bajonetten konden worden gekruist. Er is evenwel een bron waarin wordt vermeld dat twee linies tegelijkertijd een charge op elkaar uitvoerden. Deze charge resulteerde echter in een statisch tafereel waarbij de soldaten al schermend positie hielden.[4] Officieren moeten ook ingezien hebben dat de chaos die ontstaat bij een dergelijke actie niet te overzien is. De opgebroken linie is namelijk een goed doelwit voor cavalerie. Toch werden bajonetten met succes toegepast tegen diezelfde cavalerie. Bij het aanzien van een cavaleriecharge werd er opdracht gegeven om in ‘carré’ op te stellen. Dit hield in dat de soldaten een vierkant vormden met aan elke kant soldaten die hun bajonetten naar voren staken.[5] Deze bajonetten vormden hierdoor een muur van spiesen waardoor de cavalerie niet dichterbij kon komen, daarnaast zal het paard zelf niet vrijwillig op de bajonetten lopen. Ondanks het feit dat cavaleriecharges met grote snelheid plaatsvonden, had de infanterie genoeg tijd een carré te vormen. Een cavaleriecharge zal namelijk nooit in volle galop zijn uitgevoerd aangezien niet alle paarden even snel en niet alle cavaleristen even dapper waren. Daarnaast is de kans groot dat er galopperende paarden struikelden over voorgangers die waren gesneuveld, ook weer met als gevolg dat de linie uiteen viel. De bajonet kon dus wel effectief gebruikt worden tegen cavalerie. Een carré vormt echter een mooi doelwit voor artillerie: een voltreffer kon veel slachtoffers maken.[6]

Franse Jagerbus. (Manufacture de Versailles, 1793) Deze kortere versie van een musket had geen directe ruimte voor een Bajonet. Er bestaan versies waarbij deze wel aan de zijkant bevestigd kon worden. (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer 014555)

Franse Jagerbus. (Manufacture de Versailles, 1793) Deze kortere versie van een musket had geen directe ruimte voor een Bajonet. Er bestaan versies waarbij deze wel aan de zijkant bevestigd kon worden. (Collectie Legermuseum Delft exemplaarnummer 014555)

De bajonet had niet alleen invloed op de manier van oorlogvoeren tegen de vijand. Voor de soldaten zelf had het ook gevolgen. De bajonet maakte het musket ruim 40 centimeter langer tot een lengte van 1,95 meter, terwijl de gemiddelde lengte van een soldaat 1,60 meter was.[7] Deze soldaten moesten dus een object hanteren met een grote lengte dan hun eigen lichaamslengte. Daarom was training vereist om een musket in linie te kunnen laden en vuren.[8] De lengte kwam de bewegingsvrijheid in de linie, die al krap was, namelijk niet ten goede. De bajonet maakte de musket ook nog eens zwaarder (tot bijna 5 kilo) en legde het zwaartepunt van de musket verder naar voren, waardoor niet alleen het richten moeilijker werd maar ook het uithoudingsvermogen van de soldaat op de proef werd gesteld.[9] Voor linie infanteristen zal dit echter geen groot probleem opgeleverd hebben aangezien deze niet heel accuraat hoefden te vuren.[10] Lichte infanterie daarentegen had wel baat bij accuratesse. Het doel van deze eenheden was het uitschakelen van officieren en tamboers. Om dit te verwezenlijken moesten zij zich verschuilen om de vijand dicht genoeg te kunnen benaderen. De bajonet zal ook hier niet uit de verf zijn gekomen. Sterker nog, sommige lichte infanteristen waren uitgerust met een zogeheten ‘jagerbus’. Deze kortere versie van een musket had niet eens de mogelijkheid om een bajonet te bevestigen, daartegenover stond wel dat de kans op een voltreffer groter was door de zogeheten ‘getrokken loop’.[11]

In het veld kwam de bajonet niet echt tot zijn recht, maar wat als één van de twee partijen geen bajonetten had? In dat geval had een bajonetcharge wellicht wel zin. In de Napoleontische oorlogen was de bajonet zeker geen nieuw product. Toch heeft Napoleon dit wapen niet als onpraktisch gezien aangezien hij het gebruik ervan niet heeft verworpen. Heeft dit te maken met het idee om de vijand altijd een stap voor te blijven, of een verrassingselement te behouden? Zelfs tot in de Eerste Wereldoorlog is de bajonet doorontwikkeld. Nu moet echter wel bedacht worden dat ook de manier van oorlogvoeren in de tussentijd aanzienlijk is veranderd. Het laat echter wel zien dat in de praktijk de bajonet blijkbaar niet als onpraktisch werd ervaren.

Heeft u zelf informatie of afbeeldingen in bezit over dit onderwerp, dan kunt u dat hieronder of op de facebookpagina delen. U kunt ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het legermuseum Delft of via het CIC.


[1] Rury Muir, tactics and the experience of battle in the age of Napoleon (Londen 1998) p. 86. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00013563.

[2] ‘Ibidem’ p. 87-88.

[3] ‘Ibidem’ p. 86.

[4] ‘Ibidem’ p. 87.

[5] ‘Ibidem’ p. 131.

[6] ‘Ibidem’ p.131.

[7] Alain Pigeard, L’armee Napoléonienne (Curandéra 1993) p.v293. Legermuseum Delft. Bibliotheek Legermuseum exemplaarnummer: 00007167.

[8] ‘Ibidem’ p. 360-361. Laden van wapen. Bajonet belemmerde de loop, maar blokkeerde deze niet.

[9] ‘Ibidem’ p. 364.

[10] Rury Muir, tactics and the experience of battle, p.82. Gemiddeld 1 op de 350 schoten was raak, bedenkende dat de soldaten in linie in één keer duizenden kogels konden afvuren (afhankelijk van de hoeveelheid soldaten).

[11] Chris Mcnab, armies of the Napoleonic wars an illustrated history (Oxford 2009) p. 135. Jean Boudriot, Armes a feu Francaises modeles reglementaires (Parijs 1961) Cahiers 4 blz. 4. (Legermuseum Delft, exemplaarnummer: 00238744)

Advertenties

Reacties

Een gedachte over “Praktijkervaring met Napoleontische uniformen: de bajonet.

  1. Bovenstaand artikel heeft op meerdere fronten de aandacht getrokken, vooral de jagerbus. Deze kent grote gelijkenissen met de Engelse ‘Baker rifle’. De jagerbus op de afbeelding, tevens in bezit van het museum, mag dan grote gelijkenissen hebben met deze Engelse bus, hij is van Franse makelaardij. Voor afbeeldingen kunt u kijken op het internet door te zoeken in google op ‘manufacture de versailles’. Ook kunt u het volgende boek raadplegen:

    J. Boudriot ,Armes a feu Francaises modeles d’ordonnance, carabines de versailles modeles 1793 & an 12 (Parijs 1961) Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00115221.

    Geplaatst door legermuseum | januari 27, 2012, 9:42 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

link naar legermuseum