Kleding van de Keizer

Verwarring en twijfel: realiteit en reglement.

Noord-Nederlandse (Hollandse) miliciens anno 1815. De uniformen komen grotendeels overeen met die van de infanterie. De enige verschillen betreffen de kleuren van de kraag, manchetten en voering. Deze waren bij de infanterie wit voor de kraag en manchetten en rood voor de voering. De militie draagt oranje kraag en manchetten en witte voering. Het grootste verschil zit hem echter in de sjako, hier de Engelse ‘stove-pipe’ sjako. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 00123138)

Noord-Nederlandse (Hollandse) miliciens anno 1815. De uniformen komen grotendeels overeen met die van de infanterie. De enige verschillen betreffen de kleuren van de kraag, manchetten en voering. Deze waren bij de infanterie wit voor de kraag en manchetten en rood voor de voering. De militie draagt oranje kraag en manchetten en witte voering. Het grootste verschil zit hem echter in de sjako, hier de Engelse ‘stove-pipe’ sjako. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 00123138)

Naast het staande leger met zijn infanterie, artillerie en cavalerie, kende het Koninkrijk der Nederlanden ook verschillende bataljons militie, zowel infanterie als artillerie. Over het algemeen droegen deze milities andere uniformen dan hun collega’s bij het staande leger. Dit is te zien op afbeeldingen van deze militiesoldaten. Deze afbeeldingen komen echter niet overeen met de desbetreffende uniformreglementen.

Volgens de reglementen van 1814 droegen alle militiesoldaten dezelfde uniformen.[1] Ze weken echter af van de uniformen van het staande leger. Toch waren de verschillen niet groot. In het reglement staat over militie infanterie: ‘korte donker blauwe rok met oranje kraag en opslagen en witte voering, witte knopen met de letters L.M. (landmilitie) en het nummer van het bataljon en witte plaat voor de schakos, de overige objecten als bij de infanterie der staande armee. Wit lederwerk. Witte pompon met het benedenste gedeelte rood, lang 4 ¾ duim Rijnlands, waar van 2/3 wit en 1/3 rood.’[2] Bij de militie artillerie waren de verschillen ten opzichte van het staande leger kleiner: ’dezelfde uniform als die der staande armee, doch de platen der schakos en de knopen in het geel’.

Hollandse infanterie anno 1815. Links een soldaat van de centrumcompagnie, rechts een flankeur. Dit is te zien aan zijn wings en donkergroene pompon. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 00112051/014)

Hollandse infanterie anno 1815. Links een soldaat van de centrumcompagnie, rechts een flankeur. Dit is te zien aan zijn wings en donkergroene pompon. (Collectie Legermuseum exemplaarnummer: 00112051/014)

Als de afbeeldingen van liniesoldaten en militiesoldaten echter naast elkaar gelegd worden, springen de sjako’s in het oog. Deze vertonen wel degelijk verschillen qua vorm. Dit verschil is te verklaren aan de hand van een decreet van 24 november 1814. Hierin staat vermeld dat de normale sjako’s te duur waren om voor de militie gebruikt te worden. Daarom werd bij de militie de Engelse sjako ingevoerd. Engelse soldaten. Links soldaten met de ‘stove-pipe’ sjako, die na 1812 niet meer gebruikt werd. Rechts soldaten met de, vanaf 1812 ingevoerde, ‘Belgic’ sjako. (Philip Haythornthwaite en Bryan Fosten, Men at Arms series, Wellington’s specialist troops ( 1988 Londen) blz. 27. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00184350, Bryan Fosten, Men at Arms series, Wellington’s Infantry( 1981 Londen) blz. 24. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00182153.)De kostprijs hiervan bedroeg slechts twee gulden vijftien, tegen vier gulden veertig voor de gebruikelijke sjako.[3] Deze Engelse sjako moet niet verward worden met het model in gebruik bij het Engelse leger in deze tijd. De Engelse soldaten op de rechter afbeelding dragen namelijk een zogenaamde ‘Belgic’ sjako.[4] De Engelse sjako die voor de militie gebruikt werd verwijst naar het oude Engelse model, de ‘stove-pipe sjako’, van 1801 tot 1812 in gebruik bij het Engelse leger, te zien op de linker afbeelding.[5]

Sjako Oostenrijks model. Collectie legermuseum Delft exemplaarnummer: 060408.

Sjako Oostenrijks model. Collectie legermuseum Delft exemplaarnummer: 060408.

In de reglementen van 1815 is echter geen enkele verwijzing te vinden naar de stove-pipe sjako. Volgens uniformreglementen uit genoemd jaar droeg de landmilitie de ’schakot als die der infanterie…”[6]. Hetzelfde gold voor de militie artillerie. Ruim een maand later wordt een decreet uitgevaardigd waarbij de militie compleet gelijk getrokken wordt met het staande leger, ook op uniform gebied: ’…omtrent de kleeding en equipementsgelden, ingevoerde reglementen, zullen worden gewijzigd…’[7]. Dit zou erop wijzen dat de militie inderdaad dezelfde sjako droeg als de infanterie. In 1815 droeg de infanterie het Oostenrijkse model sjako, zoals op de afbeelding afgebeeld. In de reglementen is niet duidelijk vermeld dat deze sjako’s ingevoerd werden. Er wordt wel vermeld dat de bestaande sjakohoezen niet meer om het nieuwe model passen omdat de klep in de nek in de weg zit. Dit wijst inderdaad op het Oostenrijkse model.[8]

Linie infanterist. Behoort bij de Flankeurs. De rode pompon wijst op een grenadierseenheid. Het Nederlandse en Belgische leger hadden echter geen grenadiers of lichte infanterie maar twee flankcompagnien. Officieel te herkennen aan een witte pompon met groene top. (John R. Elting, Napoleonic uniforms volume IV (Rosemont 2000) blz. 472 Legermuseum Delft. Bibliotheek Legermuseum exemplaarnummer: 00042703.)

Linie infanterist. Behoort bij de Flankeurs. De rode pompon wijst op een grenadierseenheid. Het Nederlandse en Belgische leger hadden echter geen grenadiers of lichte infanterie maar twee flankcompagnien. Officieel te herkennen aan een witte pompon met groene top. (John R. Elting, Napoleonic uniforms volume IV (Rosemont 2000) blz. 472 Legermuseum Delft. Bibliotheek Legermuseum exemplaarnummer: 00042703.)

De decreten van 1815 wijzen er dus impliciet op dat de militie dezelfde, Oostenrijkse, sjako droeg als de infanterie. Er zijn echter verschillende afbeeldingen te vinden van Nederlandse infanterie met verschillende sjako’s. Op de afbeelding draagt de soldaat de ‘Belgic’ sjako. Dit komt omdat dit een Belgische soldaat in Nederlandse dienst betreft. Belgische bataljons vormde een apart onderdeel binnen het Nederlandse leger.[9] Dit verschil is ook aantoonbaar tussen Belgische en Hollandse jagers. Voor de militie lag dit anders. De afbeeldingen met betrekking tot 1815 die militie soldaten laten zien tonen bijna altijd de ‘stove-pipe’ sjako, hetgeen onjuist is. Op de afbeelding is een bataljon landmilitie te zien met daarnaast een officier. De officier behoort volgens het reglement dezelfde sjako te dragen als de manschappen, alleen met een witte pluim. De vraag bij deze afbeelding is dus, dragen de soldaten de verkeerde sjako, of de officier?

Verschillen tussen Hollandse en Belgische eenheden. Grootste verschil is de sjako. Te zien is dat de Hollandse jager de Oostenrijkse sjako draagt en de Belgische de 'Belgic' sjako. (Patrice Coucelle, Ceux qui Bravailent l'Aigle les uniformes des ennemis de Napoléon (1999 Brussel) blz 84.).

Verschillen tussen Hollandse en Belgische eenheden. Grootste verschil is de sjako. Te zien is dat de Hollandse jager de Oostenrijkse sjako draagt en de Belgische de 'Belgic' sjako. (Patrice Coucelle, Ceux qui Bravailent l'Aigle les uniformes des ennemis de Napoléon (1999 Brussel) blz 84.).

In prijslijsten uit 1815 wordt slechts één sjako genoemd, welke vier gulden kostte. Daaronder staan verschillende sjakoplaten vermeld, de koperen sjakoband voor de infanterie, de hoorn voor de jagers en de plaat voor de militie.[10] Het lijkt er dus op dat er geen sprake is van verschillende sjako’s en dat de enige verschillen te vinden zijn in de platen, pompons en kleuren. Er zijn echter decreten die na 1815 zijn uitgegeven waaruit blijkt dat officieren de uniformreglementen niet, of onvolledig hebben doorgevoerd. Zowel het decreet van 20 maart 1816 als dat van 17 september 1817[11] vermeldt dat dit het geval is geweest. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn geweest, zoals de te hoge kosten of de tijd. Als de goedkopere Engelse ‘stove-pipe’ sjako’s eind 1814 al ingevoerd waren, is het redelijk om aan te nemen dat deze begin 1815 niet gelijk werden vervangen door het duurdere Oostenrijkse model. De soldaten kregen slechts bij de oprichting van het bataljon hun volledige uitrusting van de staat, daarna kregen officieren een bepaald budget waarvoor zij nieuwe kledingstukken konden kopen. Zij moesten wel binnen het budget blijven. In februari 1815 werd echter bepaald dat alle kosten die de nationale-militie maakte, direct uit de staatskas vergoed werden.[12] Waarom zouden de sjako’s dan niet doorgevoerd zijn?

Heeft u zelf informatie of afbeeldingen in bezit over dit onderwerp, dan kunt u dat hieronder of op de facebookpagina delen. U kunt ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het legermuseum Delft of via het CIC.

Hollandse militie op Waterloo. Opvallend is dat de officier rechts wel de Oostenrijkse sjako draagt. Hij behoort dezelfde sjako te hebben als de normale manschappen. De witte pluim op de sjako is een onderscheidingsteken voor officieren, de rode pompon op de sjako van de soldaat hoort wit te zijn. (Ronald Pawly en Patrice Courcele, Men at Arms series, Wellington’s Dutch Allies 1815 ( 2002 Oxford) blz. 31. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00261935.)

Hollandse militie op Waterloo. Opvallend is dat de officier rechts wel de Oostenrijkse sjako draagt. Hij behoort dezelfde sjako te hebben als de normale manschappen. De witte pluim op de sjako is een onderscheidingsteken voor officieren, de rode pompon op de sjako van de soldaat hoort wit te zijn. (Ronald Pawly en Patrice Courcele, Men at Arms series, Wellington’s Dutch Allies 1815 ( 2002 Oxford) blz. 31. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00261935.)

Zuid Nederlandse (Belgische) milicien. Draagt net als zijn noord Nederlandse collega de ‘stove-pipe’ sjako. Aangezien België pas na het congres van Wenen (April 1815) samengevoegd werd met Nederland zullen de 25 bataljons landmilitie die in april 1815 met het Nederlandse leger samengevoegd werden de eigen, Belgic, sjako behouden hebben. (John R. Elting, Napoleonic uniforms volume IV (Rosemont 2000) blz. 472 Legermuseum Delft. Bibliotheek Legermuseum exemplaarnummer: 00042703. Armamentaria nummer 31, A. Kok, enkele aantekeningen over de Nederlandse infanterie sinds Napoleon, blz 56 Legermusem Delft exemplaarnummer:00012080)

Zuid Nederlandse (Belgische) milicien. Draagt net als zijn noord Nederlandse collega de ‘stove-pipe’ sjako. Aangezien België pas na het congres van Wenen (April 1815) samengevoegd werd met Nederland zullen de 25 bataljons landmilitie die in april 1815 met het Nederlandse leger samengevoegd werden de eigen, Belgic, sjako behouden hebben. (John R. Elting, Napoleonic uniforms volume IV (Rosemont 2000) blz. 472 Legermuseum Delft. Bibliotheek Legermuseum exemplaarnummer: 00042703. Armamentaria nummer 31, A. Kok, enkele aantekeningen over de Nederlandse infanterie sinds Napoleon, blz 56 Legermusem Delft exemplaarnummer:00012080)


[1] Recueil militair 1813/1814 (Amsterdam 1815) blz.17, Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00053181.

[2] ‘Ibidem’ 160.

[3] ‘Ibidem’ 594.

[4] Philip Haythornthwaite en Bryan Fosten, Men at Arms series, Wellington’s specialist troops ( 1988 Londen) blz. 13. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00184350.

[5] ‘Ibidem’ 11.

[6] Recueil militair 1815 deel I (Amsterdam 1816) blz. 79, Legermuseum Delft exemplaarnummer: 000234261

[7] ‘Ibidem’ 404.

[8] Recueil militair 1815 deel II (Amsterdam 1816) blz. 122, Legermuseum Delft exemplaarnummer: 000234260

[9] John R. Elting, Napoleonic uniforms volume IV (Rosemont 2000) blz. 472 Legermuseum Delft. Bibliotheek Legermuseum exemplaarnummer: 00042703.

[10] Recueil militair 1815 deel II, blz. 65.

[11] Decreet 20 maart 1816 Recueil militair 1816 (Amsterdam 1817) blz. 96, Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00234262. en 27 september 1817 Recueil militair 1817 (Amsterdam 1818) blz. 146, Legermuseum Delft exemplaarnummer: 0053249.

[12] Recueil militair 1813/1814, blz.241-242, en Recueil militair 1815 deel I, blz. 406.

Plaat Engelse Soldaten: Philip Haythornthwaite en Bryan Fosten, Men at Arms series, Wellington’s specialist troops ( 1988 Londen) blz. 27. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00184350, Bryan Fosten, Men at Arms series, Wellington’s Infantry( 1981 Londen) blz. 24. Legermuseum Delft exemplaarnummer: 00182153.

Prijslijst uit: Recueil militair 1815 deel II, blz. 65.

Reacties

6 gedachtes over “Verwarring en twijfel: realiteit en reglement.

  1. geachtte lezer van dit bericht
    ik heb van een dame die ik heel lang verzrgd heb als afscheid van haar kinderen een
    klein schilderijtje gekregen.
    ik weet wel een beetje van haar verhalen hoe of wat maar zou van u antwoord [als u dat kunt geven] op mijn vragen .
    ik weet niet of ik het moet verzekeren of dat het enige waarde heeft
    ik zit met heel veel vragen,ik stuur u ook hierbij een foto van het schilderijtje .
    het komt uit een verzameling van 25 stuks .de anderen zijn in de familie gebleven .

    bij voorbaat dank .ook zou ik als het mogelijk is misschien naar u museum langs kunnen komen ,
    F.L.Boxem
    oude kijk in :t jatstraat 61/16
    groningen .
    ik hoop iets van u te horen
    0611706522

    Geplaatst door F.L.Boxem | juli 4, 2012, 7:10 pm
  2. In het Receuil Militair van 1814 staat onder de datum van 26 februari een beschrijving van de uniform. Daarin wordt inderdaad niets gemeld over afwijkende sjako’s voor de militie. Doch art. 13 luidt:
    “Daar in het vervolg de schakos voor de land-militie van hetzelfde model als die derstaande armee zullen zijn, kunnen de officieren thans reeds dit laatste model, bij het aanschaffen van hunne schakos, volgen.”

    Uit het archief van het Departement van Oorlog blijkt dat de Engelsen, behalve geweren en geschut ook ca. 16.000 uniformen zonden. De rokken en sjakos en mouwvesten van hieruit werden aan de provincies gezonden om daarmee de militie te kleden. De sjako’s waren van het ‘stovepipe’ model. Overigens werden deze sjakos in 1814/15 ook door drie linie-baljons gedragen, het 7e, het 8e en het 10e.

    De sjako’s met nekklep hoorden bij het uniform van 1815 en kwamen pas in de loop van 1816 algemeen in gebruik.

    Geplaatst door Rob Wolters | juli 7, 2012, 5:50 pm
  3. Hallo, Ik ben geïnteresseerd in het ‘Belgisch-Nederlands’ leger van 1815, ten tijde van de Waterloo campagne.

    Rob Wolters beschrijft hierboven dat het 7, 8 en 10 linie de stove-pipe droegen in 1814/15;
    Deze info heeft echter meer verwarring en twijfel bij mij gezaaid in plaats van opheldering.
    Het 7de linie was immers Zuid-Nederlands en droeg dus de Belgic shako (zie ook de huidige re-enactment vereniging van dat bataljon), het 7de Noord-Nederlandse linie bataljon werd namelijk opgeheven in april 1815. Het 8ste Linie (Zuid-Nederlands) werd ook ontbonden in april 1815, dus vermoed ik dat dan hier weer het 8ste Noord-Nederlandse linie bataljon bedoelt wordt. Het 10de Noord-Nederlandse Linie bataljon werd reeds in december 1814 opgeheven, een 10de Zuid-Nederlands linie bataljon was er niet;
    Volgens mij zijn de 3 verschillende shakos in 1815 (oostenrijkse, stove-pipe en belgic) als volgt verdeelt :
    – oostenrijkse voor de Noord-Nederlandse linie en jager bataljons
    – stove-pipe voor de milities (officieren hebben wel meer ‘vrijheid’)
    – belgic voor de Zuid-Nederlandse linie en jager bataljons
    Enige onzekerheid voor mij is of de Zuid-Nederlandse milities de stove-pipe of belgic shako droegen; Zoals in het artikel hierboven beschreven zijn deze afgebeeld met stove-pipe, maar droegen waarschijnlijk belgic shakos;
    Graag hierover opheldering welke shakos de Zuid-Nederlandse militie bataljons (nummer 21 tot 44) droegen in 1815.
    Alvast bedankt voor jullie reactie.

    Geplaatst door Martyin | januari 2, 2013, 11:16 am
    • De 3 linie-bataljons die de stovepipe droegen waren alle drie Noord-Nederlandse bataljons. Het 10e is in november 1814 bij het 2e gevoegd, de stove-pipes kwamen daardoor buiten gebruik. Het 7e werd in april 1815 bij het 15e gevoegd met hetzelfde resultaat. Het 16e bataljon werd in november 1814 bij het 8e gevoegd. De model sjako’s van de mannen van het 16e werden daarbij ingenomen en opgeslagen. In mei 1815 waren de stove-pipes van het 8e echter weer geheel vervangen door die model sjako’s.
      Verder werd de stove-pipe door de Noord-Nederlandse militie bataljons gebruikt en de belgic sjako (door de Zuid-Nederlandse infanterie en jagers.
      Als ik hierboven zeg: model-sjako’s dan bedoel ik die van 1814, die geen nekklep hadden en een kokarde zonder lis. De sjako met nekklep of naar Oostenrijks model werd in januari 1815 voorgeschreven, maar de eerste contracten werden pas in februari gesloten en de eerste leveringen afgekeurd. Bij Waterloo had nog praktisch geen enkel korps deze sjako in gebruik. Alleen de Belgische militie-bataljons werden er al direct van voorzien. Bij de rest van het leger werd ze pas in de loop van 1816 ingevoerd.

      Geplaatst door Rob Wolters | januari 3, 2013, 10:24 pm
      • Rob,

        Bedankt voor je snelle reactie en een voor mij verrassend antwoord betreffende de Zuid-Nederlandse militie.
        De bovenvermelde stelling van John Elting dat deze de belgic sjako droegen is dus volgens jou onjuist.
        Langendijk had dus blijkbaar toch gelijk toen hij in 1816 een uniformtekening maakte van een “korporaal van de Grenadiers, Belgische Militie en een koffieverkoopster”; Maar hoe zag dit nieuw Oostenrijks model er dan exact uit voor de Zuid-Nederlandse militie; Langendijk tekent immers weliswaar een nekklep en kokarde met lis maar daarentegen een kleiner witmetalen iplv de nieuwe grote koperen sjakoplaat;

        Heb je misschien toevallig ook info betreffende de vaandels die de Zuid-Nederlandse linie bataljons droegen in 1815?

        vriendelijke groeten

        Martin

        Geplaatst door Martyin | januari 5, 2013, 12:50 am
      • Martin,
        De witte zonplaat (geel voor artillerie) was model voor de militie-bataljons van Noord en Zuid, ongeacht de sjako. Oorspronkelijk was het opschrift “VOOR VADERLAND EN ORANJE”. Toen de platen voor de Zuid-Nederlandse militie gemaakt moesten worden, werd de tekst veranderd in “VOOR KONING EN VADERLAND”. Pas in 1819 werden deze platen afgeschaft. De koperen sjako-band werd in januari 1815 voorgeschreven voor de linie. De algemene uitreiking vond echter pas in 1816 plaats. Tot dan werden de gekroonde W-platen gebruikt.

        Vaandels werden pas in 1820 uitgereikt. De fanions en richtvlaggen pas in october/november 1815. Over wat daarvoor gebruikt werd valt bijzonder weinig te zeggen. Aannemelijk is wel dat – als er iets gebruikt werd – daarvoor het Franse systeem gevolgd werd.

        Vriendelijke groeten, Rob

        Geplaatst door Rob Wolters | januari 5, 2013, 9:35 am

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

link naar legermuseum

Collectie Legermuseum